Grenzeloze woede leidt tot niks dan kwaad

Woede is een krachtige emotie die bezit van ons kan nemen en ons tot daden kan brengen waartoe we anders niet in staat zouden zijn – goede en slechte daden welteverstaan. In de spraakmakende en intrigerende Amerikaanse film Gone Girl van David Pincher is hoofdpersoon Amy bereid over lijken te gaan, uit woede op haar man die niet meer van haar zou houden en vreemdgaat.

Woede is dan ook nooit een laatste emotie, maar verwijst altijd naar iets waarvan of van wie we houden, of waaraan we waarde hechten. Op de een of andere manier worden onze eigen waarden geschonden, waarmee ons bestaan zelf in het geding komt. Het is deze ontkenning van onszelf die pijn doet en waarvoor we genoegdoening willen om onszelf te bevestigen. Zo aast de woedende Gone Girl Amy op wraak, omdat zij zichzelf gekleineerd en tekortgedaan voelt door haar man Nick en hem wil laten boeten voor haar ongeluk.

Woede kan in de lijn liggen van ons zelfbeeld, maar zij kan ook iets naar boven brengen waarvan we liever geen weet hebben. Woede wijst hoe dan ook terug naar onszelf. Wie ijdel is, zal zich snel gekleineerd voelen door anderen. We kunnen in de ban raken van woede en er zozeer in doorslaan dat die ons tot misdaden drijft. We spreken in dit verband ook wel van kwaad. Wie het kwaad van de wereld wil begrijpen, doet er dus goed aan te beginnen bij woede.

Woede wijst ons op iets wat pijn doet, wat weer teruggaat op onze kwetsbaarheid. Een hongerige baby die woedend krijst om de borst van z’n moeder toont daarin zijn kwetsbaarheid die besloten ligt in zijn natuurlijke afhankelijkheid. Wanneer we de orde van cultuur binnentreden, vormen zich tal van gewoontes waarin we ons verhouden tot anderen. Ook hier geldt dat wie iets verwacht van anderen afhankelijk is van hen, wat ons in die zin ook kwetsbaar maakt.

Bijtend weerwoord

Woede is één manier om met deze kwetsbaarheid om te gaan. Ze kan de aanzet geven voor je eigen waarden op te komen, anderen hun plaats te wijzen. Een berispend of bijtend weerwoord kan genoeg zijn. Kwaadaardig wordt de woede pas wanneer zij geen maat weet te houden en een buitenproportionele vorm aanneemt.

Woede dient dus maat te houden om te deugen. Die maat wijst op een evenwichtige verhouding tussen mensen, waarin zij elkaar recht doen wanneer zij de fout ingaan. Iemand die boos is, dient ergens ook het recht en welzijn van de ander in het oog te houden. De deugdelijke cultivering van boosheid gaat dan ook gepaard met een zeker gemeenschapsbesef. Verschillende verbanden (van familie tot staat) impliceren steeds ook de opdracht zorg te dragen voor de instandhouding daarvan. Voor zover mensen rekening houden met elkaar ligt daarin een zekere bescherming van hun kwetsbaarheid. Dat geldt eens te meer als zij hun omgangsvormen met elkaar delen en weten wat ze van elkaar mogen verwachten, zodat ze elkaar daarop kunnen aanspreken.

Woede kan mateloos worden zodra mensen zich afsluiten voor anderen – door trauma’s bijvoorbeeld. De woede van oorlog is daarvan een uitgesproken voorbeeld. Een dergelijke afgesloten totalisering van woede kan echter ook optreden waar mensen vooral op zichzelf en hun individuele beleving gericht zijn. Van dat laatste getuigt de film Gone Girl – die een afspiegeling is van postmoderne relatieproblematiek. De spanning in het huwelijk tussen Amy en Nick wordt veroorzaakt door te hooggespannen verwachtingen en het ontbreken van gedeelde omgangsvormen. Het ideaal van een relatie waarvan zij ieder voor zich uitgaan, beantwoordt niet aan de werkelijkheid van hun samenleven.

Woede kan de ontlading zijn van deze spanning tussen ideaal en werkelijkheid. Dat is des te meer het geval indien deze idealen slechts subjectief zijn, dat wil zeggen niet gericht zijn op andermans welzijn en niet door anderen worden gedeeld. De ander werkt dan niet mee in de realisering van jouw ideaal.

De zogenoemde bevrijding van het individu heeft deze subjectivering van het leven versterkt. Bovendien worden ons in een virtuele consumptiecultuur onophoudelijk idealen voorgespiegeld waarin het negatieve ontbreekt: alles moet mooi, prettig, leuk en prikkelend zijn. Geen plaats kunnen geven aan het negatieve in je leven is kinderlijk. Het maakt ons bovendien des te kwetsbaarder, omdat we ons maar al te snel tekortgedaan voelen. We miskennen dat het leven groter is dan wijzelf en dat we ook zelf moeite moeten doen om in gemeenschap te treden met anderen.

Verschrompeling van de hemel

Woede in deze kinderlijke vorm is eigen aan onze tijd, zeker ook in de sfeer van relaties. Na de verschrompeling van de metafysische hemel en de ontbinding van traditionele gemeenschapsvormen wordt ‘de relatie’ een belangrijk domein waarin we ons levensgeluk menen te moeten vinden. In een steeds meer fluïde wereld zorgt het voor een bepaalde zekerheid en bestendigheid in ons leven. De partner wordt medeverantwoordelijk voor de realisatie van onze dromen en idealen, ook al zijn die soms strijdig met elkaar.

Maar de emancipatie van het individu heeft er nu juist toe geleid dat er geen vastliggende rolverdeling en gedeelde omgangsvormen meer zijn tussen man en vrouw en beiden hun eigen welzijn en beleving centraal stellen. Deze ‘staat van verwarring’ vergroot de kans op teleurstelling en wakkert de neiging aan zich voor de ander af te sluiten, hem of haar te ontvluchten en/of te beheersen. Deze dynamiek van afgeslotenheid en manipulatie neemt in Gone Girl een demonische vorm aan. De relatie mondt uit in een kwaadaardige droom.

Woede kan nu juist ook opkomen door te veel te dromen. Het culturele primaat van de subjectieve beleving werkt de neiging in de hand ons af te sluiten voor wezenlijk contact met anderen, onszelf te verdoven voor het negatieve en te vluchten in dromen. Ook het opgaan in verliefdheid kan daartoe behoren. De idealisering van het samenzijn die eigen is aan de verliefdheid is een soort droomtoestand waarin de geliefden voorbij kunnen gaan aan elkaar in hun eigen wezen. Ze spiegelen vooral hun eigen verlangens in de ander en genieten ervan dat er naar hen verlangd wordt. Voor zover we daarin niet werkelijk bereid zijn ons te verbinden met de ander, hem of haar tot bloei te brengen en onszelf door hem of haar te laten ver-anderen, is deze liefde misschien wel wellustig, maar niet erotisch. Daartoe behoren overgave en transformatie.

Het kinderlijke vasthouden aan de droom van zelfbevestiging en positiviteit kan de werkelijkheid van het samenleven bijzonder grimmig maken en zelfs ontaarden in terreur. Amy blijkt uiteindelijk bereid tot alle vormen van geweld en valsheid om de wereld het plaatje van een droomhuwelijk voor te spiegelen. Ze gelooft erin als anderen erin geloven, ze leeft haar idealen droomachtig, leeg als haar imago.

Dit artikel verscheen op 24 oktober 2014 in nrc.next.