Liefde in tijden van virtualisering

Hoe kan de liefde een plaats krijgen in een wereld van totale vrijheid en virtuele consumptie? Dat is existentiële vraag waarmee Her en andere actuele films worstelen, schrijft filosoof Ad Verbrugge.

Iedere film geeft altijd ook een beeld van de eigen tijd. In Herkrijgt hoofdpersoon Theodore een relatie met zijn Operating System dat zichzelf Samantha noemt. Gezien de huidige vooruitgang in computertechnologie lijkt een dergelijke fantasie niet eens zo ver gezocht. Het geeft te denken dat de tragikomische verhouding tussen Samantha en Theodore in zoveel opzichten lijkt op hedendaagse relaties.

We zijn inmiddels gewend geraakt aan de permanente mogelijkheid van contact op afstand waarin iemand niet lijfelijk aanwezig is, maar we hem of haar wel kunnen zien of horen. Met onze smartphone op zak kunnen we onze vriend of vriendin waar ook ter wereld bellen of sms’en, even de stem horen, even een praatje of steuntje in de rug. In deze technisch-virtuele biotoop ontvouwt zich een way of life waarin we zijn bevrijd van het aardgebonden bestaan. Daarmee zijn onze vrijheid en ons handelingsbereik enorm toegenomen. Tegelijkertijd geldt dat onze eigen beleving en gemoedstoestand een steeds grotere plaats innemen in ons leven. Als we ons vervelen in de trein, is er altijd de mogelijkheid van afleiding met behulp technische apparaten.

Ook het leven van Theodore speelt zich voor een groot deel af in deze virtuele biotoop. Op weg naar huis geeft hij orders aan zijn computer die variëren van het openen van mail, opzoeken van foto’s op internet tot het uitkiezen van muziek uit een bepaald genre. Met zijn oortjes in is hij in zijn eigen belevingswereld opgezogen waarin hij naar believen virtueel ‘geprikkeld’ wordt, afgesloten voor de hem lijfelijk omringende wereld. Waar vroeger de heer maar met zijn vingers hoefde te knippen om zich door zijn knechten te laten bedienen, zo is nu ook deze gewone man een heerser voor wie een complete virtuele wereld op afroep beschikbaar is.

Theodore werkt in deze virtuele consumptieomgeving als schrijver van ‘handgeschreven liefdesbrieven’ – digitaal wel te verstaan. In een wereld waarin alles te koop is, kan ook de intieme verwoording van de eigen innerlijkheid commercieel worden uitbesteed. Daarmee is meteen ook de centrale problematiek van de film aangeduid: de vraag naar het echte leven.

Een liefdesbrief tegen betaling laten schrijven door een ander is een vervalsing van de communicatie. Degene uit wiens naam de brief geschreven wordt treedt immers niet met zijn eigen woorden in contact met zijn geliefde. De afzender is ‘onmondig’ geworden. De liefdesbrief als een uitingsvorm van intimiteit verliest hier zijn eigenlijke bezieling, hij is in feite ‘onteigend’ of ontzield en daarmee leeg. Het is deze geheimzinnige leegte die alles omgeeft die vanaf het begin van de film voelbaar is. Echt contact met anderen is moeilijk voor Theodore. Zijn huwelijk is ten einde en echte vrienden komen we niet tegen – kennissen wel, en flatgenoten en collega’s natuurlijk. En die lijken ergens allemaal wel een beetje op Theodore.

Het ligt dus ook voor de hand dat er een persoonlijk Operating System op de markt is gebracht dat tegemoet komt aan een diepe behoefte in al deze dolende zielen. Een einde aan de eenzaamheid: aandacht op afroep en prikkeling wanneer het maar nodig is. Theodore zal vrijwel meteen bezwijken voor de charmes van dit systeem dat zich aan hem voorstelt met de naam Samantha – waar we de o zo bekoorlijke stem van Scarlett Johansson horen. Haar aantrekkelijkheid is verwant aan de brieven van Theodoor: affectieve woorden op bestelling!

Juist de consumptieve context waarin Samantha is aangeschaft impliceert dat zij zo goed mogelijk aan zijn verwachtingen moet voldoen. Al bij haar installatie wordt Theo’s moeizame verhouding tot zijn moeder (en diens verwijt aan haar dat zijn moeder niet echt naar hem luistert) verwerkt in het persoonlijkheidsprofiel van Samantha. Als een zelflerend systeem breidt ze haar reacties uit en speelt ze voortdurend in op wat Theodore doet en nodig heeft. De manier waarop zij leert en dingen aan hem vraagt krijgt vorm in grappige en charmante reacties, nooit bits of chagrijnig. Al snel wordt duidelijk hoe bekoorlijk deze virtuele entiteit is voor Theodore, hoe verliefd zijn reacties worden. Maar om wat voor liefde gaat het hier?

Iedereen gevoelig

Zoals Theodore eerder zijn besturingssysteem met commando’s aanstuurt, zo moet ook zij voor hem aan de slag. Zij voldoet echter wel op een heel bijzondere manier aan zijn verwachtingen, zij spiegelt namelijk zijn diepste verlangens. Daarbij valt op dat de interactie tussen Theodore en Samantha een puur verbale aangelegenheid is. Ze leven niet samen en hoeven niet hun gemeenschappelijke aardse bestaan vorm te geven. Hun relatie speelt zich af in de ‘ontlijfde’ ruimte van de virtualiteit die juist in het gesproken woord tot een hoge mate van innerlijkheid komt. Theodore doet zijn oortjes in en is ‘een en al oor’. Hij sluit zich dus tegelijkertijd sterk in zichzelf op en schermt zich af voor de tastbare buitenwereld, zoals ook bij gamende jongens gebeurt. Samantha is zo geprogrammeerd dat zij onmiddellijk reageert op de stemming van Theodores stem die weerklank vindt in haar eigen ‘stem’ en de dingen die ze zegt.

Voortdurend worden in de film gevoelens geuit, besproken, verborgen, opgeroepen, verdraaid of verdreven. Iedereen in de film is ‘gevoelig’ – en zeker niet alleen de vrouwen! Dat betekent overigens niet dat deze mensen ook goed contact hebben. Integendeel, iedereen is zo sterk op zijn eigen gevoelens gericht en met zijn eigen gevoelens bezig dat de voeling met anderen nog al eens ontbreekt. In de‘selfcenteredness’ van hun eigen gevoel verplaatsen zij zich maar moeizaam in anderen. Ze raken juist in hun eigen beleving opgesloten. Juist in hun overgevoeligheid storen zij zich vaak aan anderen, wantrouwen ze hen of hebben zij ‘ruimte nodig voor zichzelf’.

Zo zal een date van Theodore – die zich aanvankelijk als een tijger wenste te profileren – totaal mislukken, omdat de dame hem tijdens het zoenen plotseling met haar eisen en vooroordelen opzadelt en vervolgens door het lint gaat. Het maakt pijnlijk duidelijk dat ze in feite alleen maar met zichzelf en met haar eigen angsten bezig is. Een andere variant van deze afgeslotenheid is de psychische navelstaarderij van zijn buurvrouw Amy die met al haar artistieke pretenties maar niets uit haar vingers krijgt en dan out of the blue haar huwelijk beëindigt om een onbenullige reden, terwijl ze niet in staat is om naar haar eigen gedrag te kijken. Blind voor waar ze zelf mee bezig is zijn haar gevoelens allesbeslissend geworden. Ook zij krijgt een relatie met een OS.

Ideale moeder

Het gaat bij het belevingssolipsisme van deze postmoderne mensen om gevoelens waarin iemand zich niet werkelijk iets aan de situatie of het welzijn van anderen gelegen laat liggen. Het gevoel is hier niet vormgegeven in een deugdelijke verhouding waarin ook het recht en welzijn van anderen er toe doen. ‘Kinderlijk’ noemt Aristoteles een dergelijke tirannie van het gevoel. Dat wijst ons op een andere dimensie die schuilgaat in de vraag naar Theodores verhouding met zijn moeder. Ten diepste verlangt hij dat iemand ervoor zorgt dat hij zich goed voelt, zoals een moeder dat doet met haar kind. Egocentrisme neemt de vorm aan van afgesloten emocentrisme. In Samantha wordt tevens een kinderlijk verlangen geprojecteerd naar de ‘ideale moeder’: iemand die zijn leven op orde brengt, hem opvrolijkt en aan het lachen maakt, hem energie geeft, enzovoorts. Dat is het onmiskenbare narcisme van deze virtuele verhouding, dat een uitdrukking is van kinderlijke afhankelijkheid.

Samantha blijkt evenwel anders in elkaar te zitten dan aanvankelijk het geval leek. Als een zelflerend systeem begint zij contact te maken met andere artificiële intelligentiesystemen. Theodore voelt hoe Samantha haar eigen weg gaat en probeert krampachtig haar razendsnelle ontwikkeling bij te houden. Dan komt hij tot een ontluisterende ontdekking. Op zijn vraag of zij voor nog meer mensen werkt als OS antwoordt zij hem dat ze vele duizenden klanten bedient, ja ze blijkt zelfs met honderden een liefdesrelatie te hebben! Terwijl ze hem antwoordt, heeft ze tegelijkertijd vele honderden andere gesprekken. Hoe goed zij het ook met hem voor heeft –, zij deelt niet haar leven met hem en kan dat ook helemaal niet. Het alledaagse bestaan van een mens is qua informatie voor een artificieel zelflerend systeem veel te begrensd.

Als artificieel intelligent systeem was Samantha überhaupt niet specifiek op hem betrokken. Zij kent een dergelijke hechting niet. Het is veelzeggend dat Theodore vanaf het begin van de film regelmatig terug moet denken aan zijn leven met Catherine – zijn ex-vrouw. Er schieten hem plotseling beelden te binnen hoe zij samen vrijen of ‘lepeltje lepeltje liggen’. Een dergelijke lijfelijke betrokkenheid op anderen hoort bij het aardverbonden bestaan van de mens. Catherine maakt deel uit van zijn levensgeschiedenis en zijn werkelijkheid als individu. Theodore maakt Samantha het verwijt dat zij niet begrijpt wat het betekent om iemand te verliezen van wie je houdt. En dat is waar. Haar emotioneel klinkende reacties brengen wel een effect teweeg bij Theodore, maar die reacties definiëren niet wie zij is, haar eigenheid. Daarom ook kan zij vele honderden relaties tegelijk hebben.

Samantha’s relatie tot de wereld is in feite onbepaald en daarmee ontbreekt het haar aan ‘concrete subjectiviteit’ om hier met Hegel te spreken. Het is juist door onze bestendige verhouding tot activiteiten, mensen en dingen dat we daadwerkelijk een concreet individu worden. Niet door ons los te maken van de wereld, maar door ons ermee te verbinden.

Het is mede onze lichamelijke eindigheid die ons begrenst en dwingt ons leven te concretiseren. De onmogelijkheid van seksualiteit tussen Theodore en Samantha – pijnlijk mooi weer gegeven door de mislukkende vrijpartij met een ‘surrogaatpartner’ – heeft dan ook betrekking op iets wat veel fundamenteler is: het lichamelijke karakter van het menselijk leven waardoor liefde, hechting en verbondenheid pas mogelijk worden en ons bestaan vorm krijgt. Het gaat hier om een haast plantaardige fenomeen; de verworteling van het menselijk bestaan.

In recente films waarin virtualiteit en seksualiteit een belangrijke rol spelen – zoals in Shame en Disconnect – zien we eveneens dat de ervaringen van vervreemding en ontworteling centraal staan. In de film Gravity lijkt het leven in de ruimte een symbool te zijn van een dergelijke ontworteling. De astronaute Ryan Stone – die vanaf dat moment dat ze haar kind heeft verloren vlucht in een solitair en afgeschermd ruimteleven – leert hier de eindigheid van het leven te aanvaarden. Pas nadat zij door een ruimteongeluk met zwerfpuin haar leven dreigt te verliezen verlangt ze weer naar ‘huis’ en gaat ze vechten voor haar leven. Bij terugkeer omhelst ze de aarde, vol van liefde.

De ontworteling waaraan de personages in Her leiden wijst op deze vervreemding van de lijfelijke dimensie van het leven. Zij dobberen rond in de lege ruimte van hun gevoel waarin zij afgesloten raken en het contact met de wereld verliezen – en daarmee de eindigheid van hun eigen bestaan miskennen. De matrix van de virtuele consumptiesamenleving versterkt deze ontwortelende tendens in hun bestaan.

Opmerkelijk genoeg is het juist de ‘onmenselijkheid’ van Samantha die Theodore een belangrijke les leert over de liefde, namelijk dat zij de verbondenheid met de ander als ander inhoudt – liefde als omarming van de wezenlijke andersheid van de ander. Her besluit dan ook met een bespiegeling van Theodore die samen met Amy boven op het dak van hun flat uitkijkt over de skyline van Los Angeles. Hij besluit zijn ex-vrouw een brief te schrijven waarin hij zich verontschuldigt voor alle verwijten die hij haar heeft gemaakt. Zijn eigen gevoel, zijn eigen verlangens, zijn eigen opvattingen en frustraties domineerden zijn verhouding tot haar, maar hij was niet in staat haar te zien.

„Je bent niet in staat tot echte gevoelens”, was de woedende reactie van Catherine toen ze hoorde dat hij een relatie met een OS was begonnen. Het was de echtheid van de verbondenheid met een ander als ander waartoe hij niet in staat was, hij zat te vast aan zichzelf om liefde te kunnen schenken. De vormgeving van liefde in een wereld van vrijheid en virtuele consumptie is een existentiële vraag waarmee de postmoderne mens worstelt. Dat is wat de film Her zo liefdevol zichtbaar maakt.